Deel dit artikel op social platform

Bijdrage naar draagkracht voor huishoudelijke hulp

 

Om de houdbaarheid van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) te verbeteren, voert het kabinet een aantal aanpassingen door in het stelsel.

De belangrijkste aanpassing is de invoering van een passende eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp per 1 januari 2025 waarbij meer rekening wordt gehouden met de draagkracht van huishoudens. Praktisch betekent dit dat huishoudens met een inkomen boven 185% van het sociaal minimum (in 2021 was dit circa € 30.000 voor een alleenstaande AOW-gerechtigde) een hogere eigen bijdrage zullen betalen. Hiermee geeft staatssecretaris Van Ooijen uitvoering aan de afspraak in het coalitieakkoord om een eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijk hulp in te voeren.

Staatssecretaris Van Ooijen (VWS): ,,Afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het huidige vaste tarief voor huishoudelijke hulp, dat voor ieder huishouden dat een eigen bijdrage moet betalen hetzelfde is, heeft geleid tot een forse groei van het aantal aanvragers. Daarbij valt op dat met name onder hogere inkomensgroepen de procentuele groei fors is. Dit leidt ertoe dat de toegankelijkheid van Wmo-voorzieningen onder druk komt te staan voor juist inwoners in een kwetsbare financiële of persoonlijke situatie. Daarom is in het coalitieakkoord afgesproken om een eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in te voeren. Vandaag zetten we een belangrijke stap voor de invoering van die eerlijkere eigen bijdrage.”

Voor de meeste huishoudens betekent de invoering van een passende eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp dat zij alsnog € 19 per maand blijven betalen. Bij huishoudens met een inkomen boven 185% van het sociaal minimum zal de eigen bijdrage geleidelijk stijgen naarmate het inkomen hoger wordt (in 2021 was 185% van het sociaal minimum voor een alleenstaande AOW-gerechtigde circa € 30.000). Voor een huishouden met een inkomen van € 1000 boven dat grensbedrag zal de maandelijkse eigen bijdrage circa € 6,70 hoger zijn. Vanaf een inkomen van circa € 66.000 gaat de maximum eigen bijdrage gelden van € 255 per maand. Deze bedragen kunnen mogelijk nog wel veranderen op basis van de indexatie.

Daarnaast is in het Integraal Zorgakkoord afgesproken dat gemeenten per 2025 € 110 miljoen per jaar extra krijgen voor Wmo-voorzieningen. Waar de nieuwe passende eigen bijdrage dus zorgt voor een minder groot beroep op de huishoudelijke hulp, zorgt deze afspraak in het Integraal Zorgakkoord ervoor dat er per 2025 structureel meer geld beschikbaar komt voor (overige) Wmo-voorzieningen, zoals aanpassingen in huis, een traplift of dagbesteding voor ouderen.

Sinds de invoering van het abonnementstarief voor de Wmo kunnen huishoudens vanaf 2019 gebruik maken van bepaalde Wmo-voorzieningen voor een vast tarief van € 19 per maand, ongeacht inkomen, vermogen of gebruik. Ondanks het positieve effect hiervan op de uitvoeringspraktijk en de stapeling van zorgkosten blijkt ook dat, door het abonnementstarief, het gebruik van huishoudelijke hulp binnen de Wmo sterker is gestegen dan verwacht. Voor de overige Wmo-voorzieningen is deze druk op voorzieningen beperkt en blijft het abonnementstarief voor alle inkomens gelijk.