Deel dit artikel op social platform

Jongvolwassenen voor het eerst lager persoonlijk welzijn

 

In 2021 daalde bij jongvolwassenen het aandeel met een hoog persoonlijk welzijn. Hierdoor hadden zij voor het eerst sinds de start van de meting minder vaak een hoog welzijn dan 25-plussers. Het persoonlijk welzijn van jongeren nam het meest af op het gebied van vertrouwen in instituties, het sociale leven en gezondheid. Dat meldt het CBS op basis van het Jaarrapport Jeugdmonitor 2022.

Het percentage jongeren van 18 tot 25 jaar met een 7 of hoger voor persoonlijk welzijn is afgenomen van 70 in 2020 naar 63 in 2021. Hiermee hadden jongeren voor het eerst sinds het begin van de meting in 2013 minder vaak een hoog welzijn dan 25-plussers (67 procent). Deze afname is vooral te zien bij jonge vrouwen. Bij hen daalde het percentage met een hoog persoonlijk welzijn van 66 naar 53. Onder jongvolwassen mannen bleef het percentage met een hoog persoonlijk welzijn met 73 vrijwel gelijk. Niet alleen het persoonlijk welzijn nam in 2021 af, maar ook het percentage jongvolwassenen dat aangaf zich gelukkig te voelen en tevreden is met het leven.

Vertrouwen

De grootste afname van het aandeel jongvolwassenen met een hoog persoonlijk welzijn had te maken met vertrouwen in instituties zoals de Tweede Kamer, rechters en de politie. Terwijl dit tussen 2019 en 2020 nog toenam van 53 naar 64 procent, was dit in 2021 met 52 procent weer op het niveau van 2019. Ook hadden jongvolwassenen minder vaak een hoog persoonlijk welzijn op het gebied van sociaal leven en gezondheid. Binnen de dimensie gezondheid daalde het percentage tevredenen met de psychische gezondheid, van 74 naar 68. Ook op het gebied van opleiding en arbeid en de financiële toekomst was er een daling in het aandeel met een hoog persoonlijk welzijn tussen 2021 en 2020.

Hoogste inkomensgroepen

In 2021 hadden jongvolwassenen in de twee hoogste inkomensgroepen met respectievelijk 70 en 75 procent vaker een hoog persoonlijk welzijn dan leeftijdsgenoten in de twee laagste inkomensgroepen (52 en 53 procent). Jongvolwassenen in de hoogste inkomensgroepen hadden het vaakst een hoger persoonlijk welzijn op het gebied van opleiding en arbeid, milieu en leefbaarheid, financiële toekomst en veiligheid.